| Home | Vakanties | Wandelpaden | Fietsen | Overig |
Dag 1: Inlopen naar Wengen
het vertrouwde uitzicht bij Bärgheim |
|
Na een vrijdag vol vakantievoorbereidingen, en een kort slaapje, gaan we om half 2 ’s nachts van start. Eindelijk, en toch nog! Met de CoronaChecker op groen, plus het papieren vaccinatiebewijs, zouden we welkom moeten zijn in Duitsland en Zwitserland. De reis verloopt voorspoedig. De twee omleidingen in Duitsland (bruinkoolwinning en schade aan de Autobahn door het recente noodweer) geven geen problemen. In Brohltal is het super-rustig op de parkeerplaats. Drie rondjes in het donker om de benen te strekken, en we gaan weer verder. pauze bij Bruchsal; pauze bij Oberbipp Tegen de tijd dat we in Bruchsal zijn, is het licht. Hier is het wel druk! Maar we hoeven de Raststätte niet in, we lopen hier liever een rondje om het meertje dat ernaast ligt. Daar is niemand te bekennen. Bij Basel zijn we rond 9 uur. De zon schijnt! Dat is een fijne binnenkomer. Zonder enige controle kunnen we de grens passeren. Bij Pratteln zijn de benzinepompen dicht. Och, we redden het nog best een eindje verder. Eerst maar eens pauzeren bij Oberbipp. Plaats genoeg. We nemen een kwart van het heerlijke, met sla, mozzarella, tomaat en paprika gevulde brood. Ook hier kun je trouwens een prima wandelingetje maken. Even het poortje door, en de landweggetjes volgen richting het dichtstbijzijnde dorp. Ideaal om de stijfheid eruit te krijgen. Nu gaat het opschieten. Al vóór lunchtijd kunnen we parkeren bij de Migros in Wilderswil. We slaan alvast goed in voor vier dagen. De houdbare boodschappen hebben we – hoe Nederlands! – van thuis meegenomen. Niet omdat we zo graag Nederlands zijn; in Corona-tijd is het gewoon handig om de boodschappenmomenten te beperken. Bärgheim blinkt al wanneer we er aankomen. Na een hartelijk welkom door de familie Müller kunnen we de koelkast én alle andere kasten vullen met de inhoud van de kofferbak. Wat een mazzel, dit hoeft lekker niet meer wanneer we terugkomen van het wandelen. in de Zwitserse tuin: blije gans; edelweiss We lunchen op ons terras en doen daarna nog wat extra mondvoorraad in de rugzakken. Bergschoenen aan, en op pad naar Wengen! Het Appelpaadje valt toch weer tegen op de eerste dag. In de middag, beetje benauwd weer en ook wat moe van het reizen. Dat is dus zweten. Maar in Wengen wachten de stationsbankjes op ons. De verbouwingen van drie jaar geleden zijn achter de rug. Het pleintje is een soort knikkerbaan rijker geworden, de mussen zijn helaas weg! Of zouden ze in de gaten hebben dat er bij ons geen brood maar ananas op het menu staat? kerkje in Wengen; natuurlijk de Staubbach Precies dezelfde weg terug nemen is een beetje saai. We lopen naar het witte kerkje van Wengen en daarna via een bocht naar Wengwald. Heerlijk rustig, en geen mountainbikers. Die komen we overigens nog genoeg tegen wanneer we op het Appelpaadje uitkomen. Nu de laatste loodjes, en dan uitrusten in ons appartement. De ogen vallen vanzelf toe. Hans merkt net op tijd dat er gekookt zou moeten worden. Nou ja, koken, de nasi uit Nederland hoeft alleen opgewarmd te worden. Fluitje van een cent. Ook de rauwkost en de griesmeelpudding komen uit Waalre. Wel makkelijk, zo’n kant-en-klaarmenu. Nog even afwassen, douchen, en de kinderen laten weten dat we veilig zijn aangekomen. Plus drinken, drinken! Dan is de dag echt voorbij. Een prima eerste vakantiedag! |